Ik heb zoiets van

Ik heb zoiets van... Er is inmiddels al veel over geschreven, geblogd en gepubliceerd. Het gebruik wordt er niet minder op: het neemt alleen maar toe. In alle lagen komt het voor: de man/vrouw in de straat, collega's, journalisten, tv-presentatoren en zeker de gasten bij die tv-journalisten aan tafel. De narigheid is dat het ook België binnendruppelt en hier aan een flinke opmars bezig is.

Niet alleen

Wanneer je op ik heb zoiets van googelt, stuit je op vele pagina's waarin mensen hun ergernis over deze loze kreet van zich afschrijven. Een schrale troost te weten dat ik niet de enige ben die zich er aan ergert. In 2010 heeft de uitdrukking al de 'vaagtaalverkiezing' gewonnen. Er zijn al boeken over geschreven.

Niet meer denken

In plaats van normale, geaccepteerde werkwoorden te gebruiken die iets zeggen over de stand van jouw mening, verschijnt keer op keer 'ik heb zoiets van'. Alsof mensen niet meer durven te denken, iets vinden, of verbaasd zijn.

  • 'Ik was verbaasd/verrast', of, 'ik had zoiets van, huh?'
  • 'Zoiets doe je niet', of, 'ik had zoiets van, dat doe je toch niet?'
  • 'Wat ze me vertelde klonk erg ongeloofwaardig', of, 'ik had zoiets van, ècht!?' (waarbij 'echt' minimaal een kwint hoger wordt uitgesproken)

Door het bezigen van deze quasi-cryptische uitdrukking, lijkt het alsof er meer afstand genomen wordt van wat men nu precies bedoelt. Door 'ik heb zoiets van' te gebruiken, wordt niet direct de verantwoordelijkheid genomen voor wat je wilt zeggen. In het Engels (Amerikaans) hebben ze een vergelijkbaar geval met het woordje 'like'.

Genoeg!

Taal is altijd in beweging. Er komen steeds nieuwe woorden en uitdrukkingen bij en anderen zullen verdwijnen. Al heb ik niet de illusie dat ik er veel aan kan bijdragen, maar hopelijk zal deze kreet ook weer gauw verdwijnen. Hoe hardnekkig het momenteel ook in de taal is vastgekankerd.

Als irritante puber is het me wel gelukt het stompzinnige gebruik van het bezittelijk voornaamwoord 'hun' als onderwerp te verbannen in mijn directe omgeving. Laten we elkaar er op blijven wijzen en verbeteren als 'ik heb zoiets van' de kop opsteekt. En als je het zelf voelt opkomen, adem eerst diep in en ga over op de reguliere werkwoorden zoals vinden en denken. Uw toehoorders hebben veel minder moeite u te begrijpen.